Enguerrand Artaz, Strategisch analist, La Financière de l’Échiquier.
![]() Enguerrand Artaz |
Illustratief voor die beperkte financiële buffer is dat in de recentste peiling naar het consumentenvertrouwen van de Federal Reserve van New York een historisch laag percentage van de huishoudens aangaf een onverwachte uitgave van 2.000 dollar te kunnen opvangen. Dat het spaargeld als bron van noodfinanciering is opgedroogd, blijkt ook uit de toestand op de arbeidsmarkt. Het percentage Amerikaanse werknemers dat een voltijdse baan combineert met een deeltijdse betrekking, is de afgelopen maanden sterk gestegen en staat nu op het hoogste niveau sinds eind jaren 90.
De consumptie in de Verenigde Staten steunt in wezen op twee pijlers. Om te beginnen is er het inkomen uit arbeid, dat dus steeds vaker uit meer dan één baan moet komen en onder druk dreigt te komen nu de arbeidsmarkt geleidelijk verzwakt. Bovendien dreigt er voor de werkende Amerikaan tegenwind van de hogere invoerheffingen van Donald Trump, die zelfs als ze slechts tijdelijk blijken en niet tot een nieuwe langdurige stijging van de inflatie leiden, de reële koopkracht van de consumenten zullen aantasten.
Daarnaast berusten de Amerikaanse consumentenbestedingen op het welvaartseffect, dat met name de laatste jaren in de hand werd gewerkt door de sterke stijging van de aandelenmarkten. Ook die tweede pijler wankelt. Nu de Amerikanen meer aandelen bezitten dan ooit – 33% van het nettovermogen in het vierde kwartaal van 2024 – is de kans reëel dat de negatieve trend op de Amerikaanse beurzen sinds begin dit jaar op het gemoed van de huishoudens en hun neiging tot consumeren zal wegen. Te meer omdat de Amerikaanse consumptie meer dan ooit steunt op de gegoede huishoudens: 50% van de consumentenbestedingen komt van de 10% meest vermogende gezinnen. En net hun vermogen is het meest blootgesteld aan de aandelenmarkten.
Terwijl de Amerikaanse consument, die de afgelopen twee jaar de belangrijkste aanjager van de groei is geweest, terecht een bron van bezorgdheid is geworden, brengt de Europese consument daarentegen hoop. In tegenstelling tot hun Amerikaanse tegenhangers hebben Europese huishoudens namelijk weinig uitgegeven van het tijdens de coronapandemie opgepotte spaargeld en zijn ze zelfs meer blijven sparen dan voordien. De spaarquote, het deel van het besteedbare inkomen dat niet wordt gebruikt voor consumptie, ligt in de eurozone al twee jaar rond de 15%, heel wat hoger dan het gemiddelde in de twee decennia vóór corona (12,9%). De verklaring ligt voor de hand: de oorlog in Oekraïne, de voorthollende inflatie, de sputterende economie en de politieke onzekerheid drukten de stemming van de Europese consument. En een bedrukte consument is een spaarzame consument. Vandaag lijkt die tegenwind echter grotendeels te gaan liggen en bestaat de kans dat de betere vooruitzichten het moreel van de huishoudens opkrikken en langs die weg de consumptie en dus de groei aanzwengelen. Zelfs als de spaarreserves die de afgelopen jaren zijn opgebouwd onaangeroerd blijven, zou alleen al een terugkeer naar de spaarquote van vóór corona – die dus automatisch een stijging van de consumentenbestedingen zou inhouden – een forse stimulans zijn voor de bbp-groei.
Terwijl de Amerikaanse consument meer en meer begint te lijken op een koorddanser van wie het veiligheidstouw beetje bij beetje uitrafelt, heeft de Europese consument dus veel weg van een menselijke kanonskogel die op een onvermoede voorraad droog kruit zit. Kan hij Europa naar de sterren schieten?